Karin Brouwers - Leuven

Nieuwsbericht

Eindelijk een mobiliteitsplan voor Kessel-Lo

Eindelijk is het mobiliteitsplan voor Kessel-Lo uitgewerkt. Mijn belangrijkste aandachtspunt hierbij was het bevorderen van de verkeersveiligheid voor de actieve weggebruikers. Daarnaast moest er een goed evenwicht zijn tussen het weren van sluipverkeer en een goede bereikbaarheid voor de bewoners. Lees hieronder mijn tussenkomst in de gemeenteraad van Leuven.

______________________________________________

Collega’s,

Hier ligt het dan eindelijk voor: het veel besproken mobiliteitsplan voor Kessel-Lo. Ik zal nu voor de cd&v-fractie onze algemene appreciatie geven.

Kessel-Lo is na Leuven centrum de dichtst bevolkte deelgemeente van onze stad, maar zit samen met de Spaanse Kroon gekneld tussen de E314 en de E40 met alle gevolgen van dien. Doorheen de jaren groeide bovendien het aantal woonwijken en daarmee ook het verkeer. Het autoverkeer komt ook voor een groot deel van mensen van buiten Kessel-Lo. Jammer genoeg gaat het niet alleen om bestemmingsverkeer, maar ook om veel sluipverkeer.

Gedurende de laatste decennia namen de verkeersonveiligheid en de parkeerdruk alsmaar toe. Buurtcomités rezen als paddenstoelen uit de grond. Op de 33 jaar dat ik in de gemeenteraad zetel en steeds in het gebied heb gewoond, hebben we allerlei maatregelen genomen, vooral in de omgeving van de Tiensesteenweg en de wijken achter het station. In het plan dat nu voorligt staan eerder in het gebied rond de Diestsesteenweg en achter het spoorwegplateau de meest ingrijpende maatregelen te wachten.

Ik zei al dat dit plan een veel besproken voorgeschiedenis kent. Op het einde van de vorige legislatuur werkte Vectris in samenwerking met het Overleg Buurtcomités Kessel-Lo (OBK) een eerste plan uit voor het stuk tussen de Tiense- en de Diestsesteenweg. Dit was een mooie voorzet, maar wel onvoldragen. Het was zelfs een campagnethema bij de verkiezingen. Een plan met teveel harde knips en grote gebieden zoals Tussenlo en Bovenlo die verweesd dreigden achter te blijven met bij wijze van spreken nog 1 uitgang naar 1 steenweg. Je moet dan maar dagelijks op die andere steenweg zijn om naar je werk te rijden en kilometers moeten omrijden.

Bij het begin van de legislatuur vroegen we met cd&v dan ook een bredere inspraakformule en een breder gebied, dus heel Kessel-Lo. Wij zijn dan ook zeer tevreden dat het college onder andere met VORM 3010 een ruime bevraging deed waar trouwens ook het klimaataspect werd meegenomen. Er was ook een geloot burgerpanel dat degelijk werk leverde. Na het ontwerpplan was er de succesvolle infomarkt in hal 5 en kwamen er ook nog gesprekstafels. 20 jaar geleden deed ik met schepen Robbeets 15 infovergaderingen over de hele stad en dat was het dan. De manier van inspraak is dus duidelijk geëvolueerd en ik geef het toe, ook verbeterd. MAAR, let op: het is niet omdat we pakweg 1500 Kesselaars bereikten dat het plan al voldoende doorgedrongen is, laat staan al geaccepteerd. Ook al werden de plannen van Vectris/Buur doorheen het hele proces al grondig bijgestuurd, het stadsbestuur zal bij de uitvoering nog extra moeten investeren in communicatie via alle mogelijke kanalen en ook blijven uitleggen waarom we bepaalde maatregelen nemen: voor meer verkeersveiligheid, een betere luchtkwaliteit, een vlotter verkeer door in te zetten op de modal shift, maar ook voor de bereikbaarheid voor bewoners en bezoekers. Met andere woorden voor aantrekkelijke, duurzame en veilige leefomgevingen.

Als cd&v-fractie staan we volledig achter het STOP-principe, een woord dat door onze partij werd gelanceerd op het congres van Kortrijk in 2001. Het betekent in volgorde van belangrijkheid: Stappers, Trappers, Openbaar vervoer, Personenwagens. Maar er is dus wel een plaats voor de auto in ons verkeerssysteem en dit wordt ook in dit mobiliteitsplan erkend op p.10: ‘Deze modal shift is zeker geen keuze tegen de auto’.

In de rest van mijn betoog zal ik het STOP-principe als leidraad nemen.

‘Iedereen voetganger’ lezen we. We spreken vaak over Koning Fiets, maar Keizer Voetganger is de belangrijkste. Interessant is de optie voor meer leef- en tuinstraten, ook in het kader van de onthardingsstrategie in de strijd tegen hittestress. Ik wil hier graag één opmerking bij maken. Blijf ook bij die nieuwere aanleg van straten en pleinen aandacht hebben voor de mindermobiele mensen zoals rolstoelgebruikers.

Fietsen dan. De diversiteit aan fietsers maakt, zo lezen we op p. 13, dat een hiërarchisch systeem voor fietsroutes broodnodig is. Wij vragen om in te zetten op sensibilisering van fietsers om meer respect te hebben voor voetgangers, maar ook voor andere, vaak tragere, fietsers. De wirwar aan actieve weggebruikers in de stad mag geen onveilige knoeiboel worden waar bijvoorbeeld kinderen die naar school fietsen dreigen omver gereden te worden door een speedpedelec op weg naar het werk. Ik wil nog even ingaan op twee missing links voor fietsers en voetgangers. Op p. 34 staat de verlenging van de Jan Vranckx-weg naar de Diestsesteenweg. Ik hoop dat de stad met de betrokken eigenaars snel tot een overeenkomst kan komen. In het structuurplan werd in die omgeving ook al een mogelijke randparking geopperd. Randparkings worden niet geconcretiseerd in dit plan, maar hier is alvast een mogelijkheid. Dan is er bij de missing links ook nog sprake van een nieuwe doorsteek tussen de Koetsweg en Plattelostraat parallel aan de Heidebergstraat. Ik wil in dit verband nogmaals aandringen op het doortrekken van het Steenbakkerijpad door de wijk Tussenlo naar de Koetsweg. Tenslotte wil ik nog meegeven dat ik op Vlaams niveau mee wil ijveren voor een verbeterde oversteekbaarheid voor actieve weggebruikers van zowel de Diestse- als de Tiensesteenweg.

Dan komen we aan het openbaar vervoer, waar het wachten is op de invoering van basisbereikbaarheid. Laten we hopen dat dit lukt op 1 juli volgend jaar. Maar ook aan het project Regionet moeten we als stad blijven meewerken. Deze namiddag was ik nog op de Trefdag Regionet in het Provinciehuis en er is nog veel werk voor het welslagen van dit project.

Tenslotte komen we dan bij de plaats voor de auto in dit plan. Ik wil eerst iets zeggen over deelmobiliteit. Die draagt op het eerste zicht misschien niet bij tot de modal shift, maar het blijkt dat mensen die een deelauto gebruiken minder met de auto rijden en meer fietsen en ook sneller eens een deelbakfiets gaan huren. Deelmobiliteit is ook van belang in de onthardingsstrategie, omdat we minder parkeerplaatsen moeten voorzien.

Ik wil graag nog op enkele punten ingaan rond het autoverkeer. Eerst rond de snelheid die met de invoering van de zone 30 al serieus is gedaald en op zichzelf lange sluiproutes minder interessant maakt. Maar het is goed dat het college voorziet om die zone 30 ook af te dwingen in het straatbeeld, want ze wordt nog lang niet door iedereen aanvaard in bepaalde straten die bij wijze van spreken uitnodigen om 70 te rijden. Verder is het een verbetering dat de ‘zekere omrijfactor’ goed omschreven wordt op p. 19. Het inbouwen van een kleine weerstand zal bewoners inderdaad aanzetten om andere vervoersmiddelen te gebruiken voor korte afstanden binnen of rond Leuven. Tegelijk wordt beseft dat maatregelen gebalanceerd moeten zijn en niet-aangepakte straten die de gebundelde stroom te verwerken krijgen gemonitord zullen worden.  Tenslotte is cd&v tevreden dat na eerdere voorstellen van het studiebureau voor verschillende harde knips er bijvoorbeeld aan de Verenigingstraat/Koetsweg uiteindelijk gekozen werd voor een ANPR-camera met een ruime perimeter en dit pas na de heraanleg van de Albertlaan en dat de andere maatregelen in Kessel-Lo zuid met voorlopige materialen als proefopstelling zullen worden uitgevoerd (p.44).

We geven ook goede punten voor het constructieve overleg met de provincie en de buurgemeenten.

Beste collega’s,

Dit is in onze ogen een evenwichtig plan met aandacht voor leefbaarheid én bereikbaarheid, en met een gefaseerde uitwerking. Het zal echter nooit af zijn, zoals nieuwe vragen vandaag nog bewijzen en het zal zeker niet de laatste keer zijn dat mobiliteit in dit stadhuis aan bod komt. Mobiliteit is per definitie in beweging.

Repliek: dankwoord aan college en administratie, studiebureaus Vectris en Buur/Sweco, het burgerpanel en alle bewoners en comités die het plan mee vorm gaven.                  

Volg mij op

© Karin Brouwers - Vlaams Parlement, Leuvenseweg 86, 1011 Brussel - karin.brouwers@vlaamsparlement.be - T +32 2 552 43 37